Speuren is het
onderdeel van onze africhtingsport welke het meest bij de natuur ligt. Het
geweldige reukvermogen van een hond zorgt ervoor dat deze in staat is om voor de
mens niet waarneembare geuren te ruiken en te volgen. Hetgeen wat de hond
geleerd krijgt is het uitwerken van een spoor dat door een persoon is uitgelegd
en dat een bepaalde tijd ligt. Op dit spoor moet de hond een x-aantal voorwerpen
vinden. Naar gelang de vorderingen van de hond wordt een spoor groter en moet
het spoor langer liggen alvorens dit wordt uitgewerkt.
Er wordt verwacht van de hond dat deze met een "diepe neus" speurt, oftewel dat
de neus zo dicht mogelijk bij de grond is tijdens het uitwerken van het spoor.
Indien de hond bij de voorwerpen aankomt moeten deze verwezen worden. Dit kan
zijn door bij het voorwerp te gaan zitten, liggen of te blijven staan. Ook is
het toegestaan om de voorwerpen te apporteren.
Deze laatste manier van verwijzen is echter minder populair daar dit een extra
oefening (het apporteren van het voorwerp) met zich meebrengt. De meeste honden
zullen de voorwerpen verwijzen door "af te gaan".
Het speuren kan op diverse ondergrond gebeuren. Zo wordt er gespeurd op
graslanden en op akker. Belangrijk is dat beide ondergronden getraind worden,
zeker als men op hoog niveau mee wilt komen binnen de sport.
Binnen de VDH bestaat de mogelijkheid om op drie verschillende niveaus binnen
het VH-programma te speuren. Ook bestaat de mogelijkheid om dit verder uit te
breiden tot speurhond.
Zoals er ook meerdere wegen naar Rome leiden, zo zijn er uiteraard ook meerdere
manieren om een hond het speuren aan te leren. Belangrijk blijft echter dat men
de hond leert wat er van hem/haar verwacht wordt.Binnen het VH
programma zijn er drie niveaus voor het speuren, VH1, VH2 en VH3. Het VH1 spoor
bestaat uit drie balken, 2 hoeken en er liggen 2 voorwerpen op het spoor. Het
laatste voorwerp is tevens het einde van het spoor. Dit geldt trouwens voor alle
sporen. De lengte van het spoor bedraagt tussen de 350 en 400 passen. Het spoor
moet 20 minuten oud zijn alvorens het uitgewerkt wordt. Tevens is dit het enige
spoor dat door de geleider zelf uitgelegd wordt.
Het VH2 spoor is wederom een spoor met drie balken en twee hoeken, maar dan
groter dan het VH1 spoor nl. 600 passen. Wederom zijn er twee voorwerpen die de
hond moet verwijzen en het spoor moet 30 minuten oud zijn. Het spoor wordt door
een "vreemde" spoorlegger uitgelegd.
Het laatste spoor, VH3 spoor, is het langste spoor binnen het VH programma en
bestaat uit 5 balken, 4 hoeken en er liggen drie voorwerpen op. De lengte van
dit spoor is 800 passen. Het spoor moet 1 uur liggen en het wordt wederom door
een "vreemde" spoorlegger uitgelegd.
Bij het uitwerken van de sporen zijn maximaal 100 punten te verdienen. Om op een
examen of wedstrijd te slagen moet er minimaal 70 punten gespeurd worden.
Bij het uitwerken van het spoor wordt gekeurd door een keurmeester. Op examens
en wedstrijden wordt hij/zij bijgestaan door een examenleider die er voor zorgt
dat alles gladjes verloopt. Ook worden er op grotere evenementen van zogenaamde
spoorleggers gebruikt gemaakt en of spooruitzetters.
Het uitwerken van
het spoor door de hond moet na 20 minuten na de aanzet uitgewerkt zijn.
De geleider loopt op 10 meter achter de hond bij het uitwerken van het spoor. De
hond mag speuren aan de ketting, speurtuig of los. Ook bij de laatste methode
moet de geleider op 10 meter achter de hond lopen.
Het aanzetten van de hond bij de beginpositie moet zonder hulp van de geleider
gebeuren op het commando ZOEK na. De hond zal dan geur opnemen en het spoor gaan
volgen. Dit moet met een diepe neus en op een intensieve manier gebeuren. Tevens
wordt verwacht dat de hond gelijkmatig speurt. Het overtuigen, zonder het spoor
te verlaten, is niet fout. Tempowisselingen zijn ongewenst, maar er staat geen
criteria voor snel of langzaam speuren zolang het spoor gelijkmatig en
overtuigend uitgewerkt wordt.
Het verwijzen van de voorwerpen moet liggend gebeuren. Tevens kan de hond het voorwerp
apporteren. Deze methode wordt bijna niet meer gebruikt.
De hond moet het direct het voorwerp met overtuiging verwijzen in de
zoekrichting. Totdat de hond weer aangezet wordt moet deze rustig in de
verwijsrichting blijven liggen.
Indien de hond het spoor verlaat moet de geleider de hond volgen. Het speuren
wordt beëindigd nadat de hond het spoor meer dan 10 meter heeft verlaten of op
het moment dat de geleider de hond niet volgt bij het verlaten van het spoor.
Tijdens het uitwerken van het spoor mag de hond zo nu en dan beloond worden
behalve bij het verwijzen van de voorwerpen en op de hoeken.
Voor aanvang en na het beëindigen van het speuren moet de geleider zich aan- en
afmelden met de hond in basispositie.
Voor de
voorwerpen bij het VH 1 en VH 2 programma zijn er voor ieder voorwerp 10 punten
te verdienen. Bij het VH 3 programma zijn dit 7, 7 en 6. De rest van de punten
worden verdeeld over de balken, hoeken en aanzet.
Puntenaftrek kan geschiedden door het herhaaldelijk moeten aanzetten van de
hond; het verkeerd verwijzen of fout verwijzen van voorwerpen; dralen of speuren
met "hoge" neus. Er worden ook punten afgetrokken bij stormachtig speuren, zich
ontlasten etc.. Voor het niet vinden van de voorwerpen wordt het voorgeschreven
puntenaantal niet gegeven.
De gegevens zoals
boven vermeld gelden voor het VH 1, VH 2 en VH 3 speuren binnen de VDH. Ook
bestaat de mogelijkheid om met je hond te trainen voor het SPEURHONDEN
certificaat. In deze categorie heeft men de mogelijkheid om voor Sph 1 of Sph 2
te gaan. Tevens zijn er speciale speurwedstrijden voor deze discipline en dit
zelfs tot aan wereldkampioenschappen toe. Het principe blijft hetzelfde als
boven geschreven, echter het Sph 1 spoor heeft een lengte van 1000 - 1400 passen
en moet 3 uur liggen alvorens het uitgewerkt mag worden en moet de hond 4
voorwerpen vinden en zijn er 6 hoeken in het spoor verwerkt. Het Sph 2 spoor
heeft een lengte van 2000 passen en moet eveneens 3 uur liggen en moeten er 7
voorwerpen gevonden worden en zijn er 7 hoeken.
Anders dan bij de "gewone" VH-sporen, wordt er door de speurhonden een
verleidingsspoor gelegd. Bij Sph1 is dat na 30 minuten en bij Sph 2 na 150
minuten. Uiteraard mag de hond tijdens het uitwerken van het spoor niet het
verleidingsspoor nalopen. Tevens wordt er bij de speurhonden gebruikt gemaakt
van diverse ondergronden voor 1 spoor alsmede het oversteken van een verharde
weg.
Voor het Sph 2 gelden andere regels dan voor de rest van de speurprogramma's.
Eén regel is dat men het Sph 2 examen pas kan afleggen als men in het bezit is
van het Sph 1 diploma. De aanzet is t.o.v. de andere speuronderdelen ook anders.
Er wordt door de spoorlegger in een vak van 20 x 20 meter de aanzet gemarkeerd.
Dit vak bevind zich tussen twee markeringspaaltjes. De hond moet tussen deze
paaltjes zelfstandig zoeken naar de aanzet en van daaruit verder zoeken. De
aanzet wordt gemarkeerd door een startvoorwerp oftewel de hond moet eerst een
voorwerp verwijzen alvorens deze de rest van het spoor kan uitwerken.
Het in detail bespreken van deze speurvormen zou te veel plaats in beslag nemen,
maar wij hopen dat u een goede indruk heeft gekregen over de mogelijkheid van
het speuren binnen de VDH.
Voorop staat dat, voor welke speurvorm dan ook gekozen wordt, men alleen
vooruitgang boekt door veel oefenen en dit met goede begeleiding. Tevens moeten
we ons er steeds van bewust zijn dat wij, met het uitoefenen van onze hobby,
altijd afhankelijk zijn van mensen die hun weilanden beschikbaar stellen.
Belangrijk is dan ook een goede verstandhouding tussen beide partijen.
Alle reglementen
betreffende het speuren binnen de VDH en het beoordelen hiervan zijn uiteraard
verkrijgbaar bij de VDH. Ook bestaat de mogelijkheid om bij kringgroepen
informatie in te winnen aangaande dit onderdeel van de africhting.
Bron:

|